KIJKWIJZER
Deze kijkwijzer is bedoeld als handleiding voor docenten en leerlingen. Om voorbereid naar de voorstelling te gaan, gericht naar een stuk te kijken en / of om achteraf een verslag te kunnen schrijven, worden in deze kijkwijzer verschillende aandachtspunten benoemd. Niet elk punt behoeft aandacht; zie deze kijkwijzer vooral als leidraad en gebruik de punten die ú handig lijken bij het voorbereiden, bekijken, beoordelen en bij verslaglegging van een voorstelling.
Wanneer je naar een voorstelling gaat, zijn er veel aspecten die om aandacht vragen. De tekst of het libretto, de muziek en het decor, de uitvoerende artiesten. Soms kan een voorstelling je raken, niet eens zozeer door het verhaal dat verteld wordt, maar door de muziek waarop gedanst, gezongen of gespeelld wordt of doordat je de hoofdrolspeler helemaal het einde vindt. Of je hebt niet zoveel met de zang of dans, maar je kijkt je ogen uit op decor en/of kostuums. Om bij de beoordeling van voorstellingen meer gereedschap tot je beschikking te hebben, kun je de lijst hieronder raadplegen. Het is een uitgebreide 'kijkwijzer', met behulp waarvan de verschillende aspecten beter uit elkaar te halen zijn. Het gaat in het beoordelen van kunst niet om goed of fout. Het is geen multiple choice met maar één goed antwoord. Vaak zijn meerdere opvattingen mogelijk. De elementen die hieronder worden besproken, gelden doorgaans zowel voor opera-, als voor dans- als voor theatervoorstellingen. Voor dans is het gedeelte dat over tekst gaat, uiteraard niet zo relevant, maar over het algemeen gelden de meeste elementen voor alle podiumkunsten. Deze kijkwijzer pretendeert geen volledigheid.
Ingegaan wordt op:
- Artistieke achtergrond
- Structuur
- Inhoud en betekenis
- Vormgeving
- Uitvoering en presentatie
- Receptie en oordeel
Artistieke achtergrond
Wat zijn de uitgangspunten van de regisseur of choreograaf? Wat is het concept? Is de voorstelling gebaseerd op historische feiten of op een verhaal uit de mythologie? Is het fictie, fantasie?
Wat voor genre is het? Is er sprake van een klassiek ballet of van moderne dans? Wordt er een verhalende, een verwijzende of een abstracte choreografie gedanst? Is er sprake van een opera waarin geprobeerd wordt zoveel mogelijk het authentieke (bijvoorbeeld: zestiende-eeuwse) geluid na te bootsen of wordt er een hedendaagse interpretatie aan gegeven? Oftewel: hoe verhoudt zich deze uitvoering tot de oorspronkelijke compositie? Is het een commedia dell' arte opera, een opera seria of een moderne opera?
Hoe is de samenwerking tussen regisseur, choreograaf, decor- en kostuumontwerper, enzovoorts? Bij beeldende kunst en literatuur vallen de bedenker en de uitvoerder van een kunstwerk vaak samen, bij de podiumkunsten is vaak een heel team aan het werk.
terug naar bovenStructuur
Is het een avondvullend stuk? Hoe is de structuur van de voorstelling? Is er een aantal actes of bedrijven? Is er sprake van een tweeluik of een triple bill?
In de opbouw van de voorstelling is een aantal elementen te onderscheiden:
Openingsbeeld:
Voorbeeld: Het Zwanenmeer. Het begint met het feest dat de vriend van Siegfried, Alexander, organiseert voor de 18de verjaardag van Siegfried. Als contrast met de koninklijke rijkdom zijn er arme boeren en hovelingen aanwezig. Daarmee is het conflict meteen duidelijk: Siegfried is op zoek naar oprechtheid en eenvoud, terwijl zijn moeder hem aan een rijke huwelijkskandidate wil koppelen. -Tosca opent met het 'Scarpia'- motief dat de essentie van het drama weergeeft. Je hoort in de muziek wreedheid en geweld, terwijl je ziet dat Angelotti de kerk van Sant'Andrea della Valle invlucht. Een inleiding waarin in de muziek al de kern van het drama wordt ingeleid.
Cruciale scène:
Hierin komen alle opgestapelde emoties tot uitbarsting. Deze scène speelt dikwijls vlak voor de crisis.
Plot:
Mario wordt vermoord en Tosca pleegt zelfmoord van verdriet. Een plot is een keten van oorzaak en gevolg.
Opdracht:
vat de plot samen en ga na welke visuele of muzikale middelen de plot
versterken?
Opkomst:
Hoe komt iemand in een specifieke situatie binnen? In een rolstoel, flamenco dansend of blijft hij staan bij de rand van een zwembad? De opkomst van een acteur/ danser/zanger is vaak de sleutel naar de scène.
Rolopbouw:
Een rol kan transformeren van het ene naar het andere uiterste, van liefde tot moord. Van vriendschap naar teleurstelling, teleurstelling naar ergernis, ergernis naar irritatie, irritatie naar woede, woede naar bedreiging, bedreiging naar beraming, beraming naar moord. Hoe verloopt de opbouw in het geheel van de voorstelling?
Opdracht:
hoe verloopt die lijn bij Tosca?
Ritme en tempo:
Elk (toneel-)stuk, elke scène en daarbinnen elk personage heeft zijn eigen ritme. Bij opera en dans is dat ritme sterk afhankelijk van de muziek. De betekenis van een aria in het tijdsverloop is specifiek: de tijd staat als het ware even stil.
Mise en scène:
De bewegingen van de acteurs over de vloer oftewel het ruimtegebruik. Komen de acteurs/zangers dichtbij het publiek staan of blijven ze achter op het toneel? Spreken of zingen ze het publiek rechtstreeks toe of richten de personages zich tot elkaar alsof er geen publiek bij is?
Perspectief:
Hoe wordt het verhaal/of de scène opgebouwd? Chronologisch of met flashbacks? Worden er simultaan twee scènes getoond? Hoe is het tijdsverloop? Speelt het stuk zich af in real time (de anderhalf tot drie uur dat de voorstelling duurt) of wordt er een periode van honderd jaar beschreven?
Opdracht:
hoe verhoudt zich de toneeltijd (de tijd die de voorstelling duurt) tot de
tijdsperiode die wordt uitgebeeld, bv. in Tosca?
Inhoud en betekenis
(Bij dans speelt dit onderdeel in mindere mate of op een andere manier een rol. Dans, met name de moderne dans, is een abstracte kunst, er wordt lang niet altijd een verhaaltje verteld)
Stijl:
Welke stijl wordt gehanteerd. Is er sprake van realisme? Naturalisme? Van karikaturen? Wordt er sober gespeeld dan wel gezongen of juist uitbundig, met veel tierelantijnen? (Zie hierboven onder genre: uiteraard valt stijl meestal samen met het gekozen genre. Dat is niet altijd zo eenduidig en soms kan er sprake zijn van een duidelijke stijlbreuk. Het Zwanenmeer in spijkerbroek laten dansen kan een bewuste keuze zijn van de artistieke staf ; het is ook mogelijk dat een regisseur er niet in slaagt een gekozen stijl consequent vol te houden.) Soms wordt in de eindscène door een groteske stijlbreuk een 'decodering' aangebracht in de sentimenten die zijn opgebouwd. Stel dat Siegfried bij het meer ineens gaat tapdansen alvorens het water in te springen. Of Tosca giert van de lach als ze ontdekt dat Cavadarossi echt is doodgeschoten. Het effect is dat al het voorafgaande wordt onderuitgehaald. In modern theater komt dat regelmatig voor.
Gestiek:
Houding, gesloten of open, een beweging van het hoofd of de handen. Kleine dingen vallen op en vertellen iets over de rolinleving en de gemaakte keuzes. In opera kan de gestiek enorm uitvergroot zijn. Traditioneel zijn er maar een paar gebaren die bijvoorbeeld wanhoop uitbeelden: hand voor de mond, hoofd naar achteren.
Opdracht:
geef een aantal voorbeelden van gebarentaal waarmee een bepaalde emotie wordt
uitgedrukt. (rechts naast tekst)
Muziek en (algemener:) geluid:
In opera en dans heeft de muziek een belangrijke rol, vaak net zo belangrijk als de dans- of acteerprestaties. Bij theatervoorstellingen of films speelt muziek een meer afgeleide rol, bijvoorbeeld een illustrerende, stemmingsverhogende of dramatische.
Dialoog:
Wat is de functie van de woorden voor de personages? Menen ze wat ze zeggen of zeggen ze iets anders dan ze menen? Is er een ondergedachte/ tweede bedoeling in de tekst? Komt in opera bijvoorbeeld in uitvergrote vorm veel voor in Commedia del Arte opera's.
Symboliek:
In sommige voorstellingen wordt gebruik gemaakt van metaforen en/of symbolen om de toeschouwer iets duidelijk te maken.
terug naar bovenVormgeving
Decor:
een decor kan realistisch zijn, een huiskamer of een disco bijvoorbeeld, of abstract: een paar rotsblokken of alleen kleurvlakken. Soms kan er sprake zijn van een metafoor: een kerkhof staat misschien voor een totaal afbrokkelende gezinssituatie. Een lege parkeergarage voor mensen die op de vlucht zijn. Door de keuze voor een bepaald decor kan een politieke laag aangebracht worden die voorheen ontbrak: Peter Sellars ensceneerde eens Don Giovanni in Harlem en hij liet The Rake's Progress in een gevangenis spelen.
Rekwisieten:
De voorwerpen die op het toneel aanwezig zijn. Soms spreken die voor zich, soms kunnen ze verwijzen naar een diepere bedoeling van de maker (die niet altijd doorgrond wordt door het publiek). Een voorbeeld: de ventilator in de Tosca, die staat voor het machinale systeem waarmee Scarpia 'regeert' en waardoor hij zelfs na zijn dood nog macht uitoefent.
Belichting:
In de moderne theatertechnieken vormt de belichting meer en meer een eigen taal die sfeer aan kan duiden, maar ook tekens kan geven. Een verandering van het licht van zacht naar hard kan duiden op dreigend gevaar. Opdracht: beschrijf de kleuren en eventuele speciale effecten in relatie tot een bepaalde scène; voegt de belichting iets toe? Of wordt er een contrast aangegeven?
Opdracht:
beschrijf de kleuren en eventuele speciale effecten in relatie tot een bepaalde
scène; voegt de belichting iets toe? Of wordt er een contrast aangegeven?
Kostuums:
Uiteraard vormt de wijze waarop de personages eruitzien belangrijke informatie. Laat je de prins Siegfried met een koninklijke mantel dansen? Kleed je hem in een pak zoals Willem Alexander er bijloopt op officiele bijeenkomsten? Of laat je hem als een popster opkomen? De keuze voor bepaalde kleding geeft veel informatie over de tijd waarin het stuk zich afspeelt, over de sociale laag waartoe de personages behoren en over de codes die er gelden.
terug naar bovenUitvoering en presentatie
Casting:
Welk type is voor welke rol gekozen. In opera wordt soms vooral voor een prachtige stem gekozen, terwijl het feit dat de sopraan die een sexy jonge vrouw moet spelen in feite ruim boven de veertig is en bovendien uitsluitend de Grotere Damesmaten past, tot minder overtuigingskracht kan leiden.
Vertolking:
Hoe heeft de danser/zanger/acteur haar of zijn rol ingevuld? Is het technisch knap, maar laat de rolinvulling te wensen over? Of is de uitvoering overtuigend ondanks dat er technisch het een en ander aan mankeert?
Theater:
Is het een mooi theater? Zit je dichtbij of veraf? Is er sprake van lijsttoneel (zoals in de Stadsschouwburg, met een podium en een fluwelen gordijn) of van een vlakke vloer? Zit je recht voor het podium of aan de zijkant? Is de zaal klein of groot? In een kleinere zaal is de intimiteit vaak veel groter: je ziet de zweetdruppeltjes parelen.
Muziek:
Is er levende muziek? Criteria die niet direct met de voorstelling, maar wel met de beleving door de toeschouwer te maken hebben.
terug naar bovenReceptie en oordeel
Receptie:
Wat is het belevingsproces van de toeschouwer ? In hoeverre neemt haar/zijn inzicht in het drama toe en daarmee de spanning? Hoe belangrijk is kennis van het verhaal vooraf voor het appreciëren van de voorstelling?
Identificatie of empathie:
Bij empathie heeft de toeschouwer meer afstand tot de personages, kan verbaasd zijn, of kwaad over hun gedrag. Identificatie is het zelf in de huid kruipen van een personage, je als het ware vereenzelvigen met de rol. Projectie is in feite het omgekeerde van identificatie: de toeschouwer schrijft aan het personage gevoelens of gedachten toe die hij zelf heeft. Er kan sprake zijn van een puur esthetische beleving (vooral bij dans en muziek), of van morele processen. Zo kan iemand die vanuit religieuze overwegingen (vrijwel) naakte lichamen verderfelijk vindt, niet goed genieten van dansvoorstellingen.
Beoordeling:
Een beoordeling is altijd subjectief, maar een aantal aspecten zijn zeker voor anderen inzichtelijk te maken. Als iemand vindt dat de technische kwaliteiten van de dansers onvoldoende waren en dat kan staven, heeft dat een andere geldingskracht dan dat iemand er eenvoudig niks aan vindt om honderd benen precies even hoog opgetild te zien. Het is allebei waar, maar het ene argument is min of meer objectief te maken, het andere heeft met persoonlijke smaak te maken. Uiteindelijk gaat het in kunst om het vormgeven van een bepaalde emotie.
terug naar boven