Het Muziektheater educatie

BEROEMDE CHOREOGRAFEN

Frederick Ashton

Ashton werd in 1904 geboren in Ecuador, in Zuid-Amerika. Nadat hij Pavlova had gezien wilde hij dansen. Hij studeerde bij Léonide Massine en Marie Rambert. Hij werd choreograaf en volgde Ninette de Valois op als directeur van The Royal Ballet, waar hij van 1963 tot 1970 zijn stempel op het ballet in Engeland drukte. Zijn werk is beroemd om de lyriek, de muzikaliteit en het inventieve gebruik van de klassieke techniek. Hij is dè schepper van de Engelse stijl. Ashton hield van verhalende balletten: Cinderella, La Fille Mal Gardée, Ondine, The Dream en A Month in the Country zijn daarvan voorbeelden. Ook maakte hij abstract werk, zoals Symphonic Variations en Scenes de Ballet. Voor kinderen maakte hij The Tales of Beatrix Potter. Ashton liet zijn personages echt tot leven komen. Hij bracht menig jong talent tot ontplooiing. Sir Frederick stierf in 1988.

terug naar boven

George Balanchine

Balanchine werd in 1904 geboren in St.-Petersburg. Hij studeerde aan de Keizerlijke Ballet Academie. Hij trok naar het westen, waar Diaghilev hem in 1925 aanstelde als choreograaf van de Ballets Russes. In 1933 werd hij uitgenodigd naar de Verenigde Staten te komen, waar hij in 1934 de School of American Ballet oprichtte. Een jaar later vormden zijn beste leerlingen het American Ballet. Zijn volgende gezelschap, de Ballet Society, was de oorsprong van het latere New York City Ballet. Balanchine is een van de belangrijkste choreografen van deze eeuw. Zijn balletten zijn vaak een abstract eerbetoon aan de dans, waarin de dansers hun virtuoze techniek, muzikaliteit en plezier in het dansen etaleren. Enkele beroemde werken zijn: Concerto Barocco, Theme and Variations, Apollon Musagète, Symphony in C, The Four Temperaments en Agon. Deze stukken staan ook op het repertoire bij Het Nationale Ballet. Balanchine stierf in 1983. Hij liet een wereldberoemd gezelschap achter, met een opvallende eigen stijl.

terug naar boven

Maurice Béjart

Béjart werd in 1924 geboren in Frankrijk, en stichtte in 1960 het Ballet van de XXste Eeuw in Brussel. Zijn werk is dramatisch en geruchtmakend, geïnspireerd door toneel en dans van over de hele wereld. Hij zette een opleiding, de Mudra, op waar je behalve ballet ook zang, acteren en yoga kreeg. Hij was de eerste choreograaf die electronische composities gebruikte. Béjart choreografeerde vaak grote groepsscènes om krachtige effecten te bereiken.

Zijn stijl is erg geschikt voor mannelijke dansers. Zijn muze, de sterdanser Jorge Donn, excelleerde in zijn balletten: Le Sacre du Printemps, Nijinski - Clown of God en Bolero. Béjart werkt nu in Lausanne, Zwitserland.

terug naar boven

John Cranko

Cranko werd in 1927 in Zuid-Afrika geboren en ging naar de Sadler's Wells Ballet School. In 1946 kwam hij bij het gezelschap en in 1961 werd hij directeur van bet Stuttgart Ballet. Voor dit gezelschap maakte hij vele choreografieen, en ook voor The Royal Ballet, waaronder de avondvullende balletten: The Taming of the Shrew en Romeo en Julia, en het kortere Pineapple Pol. Cranko's werk staat bekend om de humor en de sterke personages. Cranko stimuleerde jong choreografisch talent: bij hem debuteerden Jiri Kylián en William Forsythe. Hij stierf in 1973. Het Stuttgart Ballet gold toen als een van de beste groepen van Europa.

terug naar boven

Rudi van Dantzig

Rudi van Dantzig (Amsterdam 1933) kreeg balletlessen van Ann Sybranda en Sonia Gaskell en debuteerde in 1952 als danser bij Gaskells Ballet Recital, het latere Nederlands Ballet. Daar maakte hij in 1953 ook zijn eerste choreografie, Nachteiland. In 1959 behoorde Van Dantzig tot de oprichters van Het Nederlands Dans Theater, maar een jaar later was hij weer terug bij Gaskell. In 1961 kwam Het Nationale Ballet tot stand en Van Dantzig werd er huischoreograaf. Vier jaar later werd hij opgenomen in de artistieke leiding (met Gaskell en Robert Kaesen); vanaf 1971 was Van Dantzig de enige artistiek leider. Per 1 september 1991 droeg hij deze functie over aan Wayne Eagling, waarna hij aan Het Nationale Ballet verbonden bleef als huischoreograaf. In juni 1994 legde hij ook deze functie neer. Van Dantzig heeft ruim vijftig balletten gemaakt, vrijwel allemaal voor Het Nationale Ballet en meestal met Toer van Schayk als ontwerper van decors en kostuums. Balletten van Van Dantzig staan bij vele buitenlandse gezelschappen op het repertoire, mede door zijn hechte samenwerking met Rudolf Nureyev, voor wie hij verschillende balletten maakte. Het laatste ballet dat Van Dantzig als huischoreograaf van Het Nationale Ballet, Pleisterplaats, ging in juni 1994 in première. Tot Van Dantzigs bekendste stukken behoren Vier letzte Lieder, Monument voor een gestorven jongen, Onder mijne voeten en zijn versies van de avondvullende balletten Romeo en Julia en Het Zwanenmeer. In 1986 verscheen Van Dantzigs romandebuut "Voor een verloren soldaat", dat inmiddels werd verfilmd; in 1993 publiceerde hij een boek over zijn herinneringen aan Rudolf Nureyev, "Het spoor van een komeet".

terug naar boven

Martha Graham

Martha Graham (1894-1991) is van onschatbaar belang geweest voor de dansgeschiedenis, zowel als danseres, als choreografe en als danspedagoge. "Beweging kan nooit liegen" was een van haar credo's en haar leven en werk is daar een hartstochtelijke getuigenis van. Ze begon haar loopbaan in Denishawn (de eerste professionele danopleiding in Amerika) te Los Angeles, waar ze zich in 1923 van losmaakte. Vanaf 1926 werkte ze met een eigen groep dansers waaruit drie jaar later tenslotte de fameuze Martha Graham Dance Company is voortgekomen. Tot op ongekende hoge leeftijd - zij was 75 toen zij uiteindelijk afscheid nam van het podium - is zij actief gebleven als danseres; als choreografe heeft ze in 1984, op haar 91e! nog een algemeen erkend meesterwerk gemaakt, The Rite of Spring. Martha Graham ontwierp een heel eigen techniek, de Grahamtechniek, die zich kenmerkt door het afwisselend spannen ('contraction') en loslaten ('release') van bepaalde spieren, waarbij de ademhaling het ritme bepaalt. Vanaf het begin van de jaren dertig wordt haar werk theatraal steeds gecompliceerder en interssanter. Haar choreografieën uit die tijd worden psychodramaÕs genoemd omdat het Graham gaat om het uitbeelden van 's mensens diepste zieleroerselen. Door het basisprincipe van contraction vanuit de zonnevlecht (een denkbeeldige plek in het middenrif, net onder het borstbeen), wordt het bewegen van het bekken noodzakelijk. Haar school in New York heeft dan ook als bijnaam The house of the Pelvic Truth omdat veel van haar bewegingen voortkomen uit het bekken: erotisch, krachtig en puur. Ook ligt de nadruk sterk op het contact met de voeten op de grond. Haar choreografische werk heeft een indrukwekkende omvang: maar liefst 176 balletten heeft zij nagelaten waaronder veel klassiekers als Lamentation (1930), Letter to the world (1940), Errand into the Maze (1947), Diversion of Angels (1948), Clytaemnestra (1958), Acts of Light (1981).

terug naar boven

Joeri Grigorovitsj

Grigorovitsj, geboren in 1927 in Rusland, werd in 1964 de vaste choreograaf en artistiek directeur van het Bolsjoi Ballet.

Zijn werk zit vol krachtig, atletisch ballet voor mannen, en elegante, ingewikkelde passen voor vrouwen. Hij gebruikte episoden uit de Russische geschiedenis om groot opgezette balletten te maken met massa-scènes en lyrische pas de deux: De Gouden Eeuw speelt in de iaren twintig, Ivan de Verschrikkelijke gaat over Rusland in de l6de eeuw, en Spartacus over een slavenopstand bij de Romeinen. Die balletten pasten binnen de politieke opvattingen van de toenmalige communistische regering.

terug naar boven

Jiri Kylián

Jiri Kylián (1947) groeide op in Praag. Met een beurs kon hij een jaar bij de Royal Ballet School in Londen studeren. Daar ontmoette hij John Cranko, die hem naar Stuttgart haalde en hem aanzette tot choreograferen. In 1973 werd hij door het Nederlands Dans Theater gevraagd een ballet te maken. In 1975 kwam hij in de leiding, in 1978 was hij enig artistiek directeur. Met zijn dynamische balletten, waaronder: Sinfonietta en Psalmensymfonie, was zijn opmars als geniaal choreograaf op de internationale podia in de VS (The Met in New York) al gemaakt.

Kyliáns werk is heel veelzijdig: hij maakt muziekballetten, en met l'Histoire du Soldat theatraal werk. Uit het meer verhalende Kaguyahime spreekt zijn fascinatie voor Japan. Onder invloed van de Aboriginal-dans veranderde zijn stijl rond 1980 ingrijpend, wat blijkt uit Stamping Ground en de Zwart/ Wit-reeks. Zijn stijl werd abstracter maar onverminderd expressief. Zijn werk wordt op alle podia ter wereld gedanst.

terug naar boven

Hans van Manen

Hans van Manen werd in 1932 in Amsterdam geboren. Hij studeerde bij Françoise Adret, Sonia Gaskell en Nora Kiss. Hij ontdekte dat hij wilde choreograferen en zijn debuut, Feestgericht werd een succes. Sindsdien heeft Van Manen internationaal naam gemaakt, in de jaren 60 als choreograaf en artistiek leider van bet eigentijdse Nederlands Dans Theater waarvoor hij experimenteel werk maakte, vervolgens in de jaren 1975-1985 bij Het Nationale Ballet, waar hij zijn neo-klassieke meesterwerken maakte, en de laatste jaren weer bij Kylians Nederlands Dans Theater. Beroemde balletten zijn Twilight (voor Alexandra Radius en Han Ebbelaar), Grosse Fuge (NDT), Adagio Hammerklavier en Live. Zijn stijl is befaamd vanwege zijn zuiverheid en muzikaliteit, zijn balletten worden wereldwijd gedanst. In november 2000 ontving Hans van Manen de Erasmusprijs.

terug naar boven

Bronislova Nijinska

Vaslav Nijinski's zuster werd geboren in 1891 in Rusland. Zij ging bij Cecchetti studeren. Eerst danste ze bij het Marjinski-gezelschap, daarna bij de Ballets Russes. Ze was een van de eerste vrouwelijke choreografen. Beroemd werden haar balletten Les Riches en Les Noces. Dat laatste zette zij op muziek van Stravinsky. De Russische schilderes Natalia Concharova ontwierp decors en kostuums. Les Noces gaat over de voorbereidingen voor een traditionele Russische bruiloft. Hoewel Bronislova uitging van de klassieke techniek, werd ze ook beïnvloed door jazz- en volksdans. Deze stukken staan op repertoire bij Het Nationale Ballet, dat wel meer balletten uit de Diaghilev-periode danst.

terug naar boven

Jerome Robbins

Robbins, geboren in 1918 in de Verenigde Staten, begon als danser in musicals op Broadway. Zijn eerste ballet, Fancy Free uit 1940 op muziek van Leonard Bernstein, gaat over drie matrozen die vrouwen versieren. Het was zo n succes dat er een film van werd gemaakt: On the Town. Populair werd ook zijn Dances at a Gathering, gemaakt voor het New York City Ballet.

Robbins' balletten kunnen ook serieus en krachtig zijn, zoals zijn versie van Afternoon of a Faun (l'Après-midi d'un Faune). Evenals Nijinski in 1912 deed, gebruikte hij Debussy's muziek. Het duet speelt zich af in een ballet- studio en gaat over de relatie tussen twee dansers.

Robbins won een oscar voor zijn samenwerking met Bernstein voor de film West Side Story, waarvoor hij de jazzdans-delen had gemaakt.

terug naar boven

Toer van Schayk

Toer van Schayk werd in 1936 geboren te Amsterdam. Hij kreeg zijn eerste balletlessen van Iraïl Gadeskov en werd van 1955 tot 1959 opgeleid bij het Nederlands Ballet van Sonia Gaskell. Van Schayk onderbrak zijn loopbaan om zijn studie als beeldhouwer te voltooien aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten te Den Haag.

In 1965 keerde hij terug naar het dansvak, bij Het Nationale Ballet waar hij dankzij zijn expressieve en indringende vertolkingsvermogen een van de meest geliefde solisten werd. Tot zijn meest gevierde rolcreaties behoort 'de Jongeman' in Rudi van Danzigs ballet Monument Voor Een Gestorven Jongen (1965). In 1971 debuteerde Van Schayk als choreograaf met het ballet Onvoltooid Verleden Tijd. Sinds 1976 is hij huischoreograaf van Het Nationale Ballet waarvoor hij een dertigtal balletten maakte. Zijn dansstukken tonen verwantschap met die van Rudi van Dantzig, vooral door de combinatie van academische ballettechniek en Grahamtechniek. Van Schayks benaderingswijze is echter plastischer, met dansers die als bewegende beeldhouwwerken worden gebruikt. Ook heeft zijn werk vaak grafische kenmerken, door een ijl lijnenspel van armen en benen. Naast pure dans gebruikt Van Schayk veel mime.

In veel van zijn balletten toont Van Schayk een sterke maatschappelijke betrokkenheid bij onderwerpen zoals oorlogsdreiging en milieuverontreiniging. Dikwijls gaat het in zijn werk om een onherbergzame wereld, die lijkt te zijn verdoemd door de al dan niet bewuste vernietigingsdrang van zijn bewoners. Verhoudingen tussen mensen spelen ook een belangrijke rol, vaak op een tragische of tragi-komische manier. Zijn emotionele dansbeelden schildert hij echter niet met felle contrasterende kleuren, maar met pasteltinten die in elkaar overvloeien in een waas van melancholie. Uniek is Van Schayks belangstelling voor dansgeschiedenis, die in verschillende balletten naar voren komt. Een enkele keer heeft hij ook een puur muziekballet gemaakt, zoals zijn 7e Symfonie op muziek van Beethoven waarvoor hij in 1987 de Choreografieprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties kreeg.

Van Schayks werk wordt ook internationaal gewaardeerd, zoals blijkt uit de vele buitenlandse groepen die zijn balletten uitvoeren. Ook als beeldend kunstenaar geniet Van Schayk bekendheid, door tentoonstellingen in Amsterdam, Athene, Londen en New York. Hij behoort voorts tot de opmerkelijkste Nederlandse decor- en kostuumontwerpers, als vaste ontwerper van zijn eigen balletten en die van Rudi van Dantzig.

terug naar boven

Glen Tetley

Tetley werd geboren in 1926 in de Verenigde Staten. Hij begon op late leeftijd te dansen, eerst bij Antony Tudor en Martha Graham. Als choreograaf verbond hij de ballettechniek met moderne technieken en ideeën.

Zijn eigentijdse stijl kwam briljant tot uitdrukking in Pierrot Lunaire (1962). Dat is ook door het Nederlands Dans Theater gedanst, met Tetley in de hoofdrol. In de jaren 60 was hij samen met Van Manen leider van dit moderne gezelschap. Na 1970 werd zijn stijl klassieker met als fraai voorbeeld Voluntaries, dat hier door Het Nationale Ballet wordt gedanst. Hij zet zijn werk vaak op muziek van vooraanstaande moderne componisten: Edgar Varése, Alban Berg en Arnold Schonberg.

terug naar boven

Antony Tudor

Tudor, geboren in 1908, begon pas op zijn negentiende met dansen. Hij trainde aan de Rambert School, verbonden aan het gezelschap dat in de jaren 30 was opgericht door Dame Marie Rambert.

Rambert danste ooit bij Diaghilev's gezelscbap, en heeft vele jonge choreografen, zoals Ashtdn, Tudor en Cranko, kansen gegeven. Tudors werk bevat een sterk dramatisch element. In Engeland maakte hij Jardin aux Lilas en Dark Elegies, sfeervolle moderne balletten met een lyrische inslag. In 1940 verhuisde hij naar New York, waar hij als choreograaf en artistiek leider zijn carriëre voortzette bij bet American Ballet Theatre. Daar maakte hij bet psychologisch getinte Pillar of Fire en Shadowplay. Tudor was een geliefd en gerespecteerd pedagoog. Hij stierf in 1987.

terug naar boven

Ninette de Valois

De Valois werd in 1898 in Ierland geboren en danste bij Diaghilev. In 1931 richtte ze bet Vic-Wells Ballet op, dat overging in het Sadler's Wells Theatre Ballet, waaruit uiteindelijk The Royal Ballet en het Birmingham Royal Ballet ontstonden.

Haar werk bevat veel nationale thema's en is dramatisch en rijk gecheografeerd. Ze werkte vooral samen met Britse componisten en ontwerpers, en maakte in de jaren 30 onder andere Job en Checkmate. Na haar pensioen als artistiek leider in 1963, bleef ze tot 1971 verbonden aan de school.

Tijdens haar lange carriëre heeft De Valois vele choreografen gestimuleerd , zoals Ashton, Cranko, MacMillan en David Bintley.

terug naar boven

Informatie grotendeels gebaseerd op "Het beste boek over ballet" van Kate Castle, Gottmer 1997