GESCHIEDENIS VAN HET BALLET
Overal en altijd
Mensen hebben altijd gedanst. In alle lagen van de bevolking en in alle culturen is dans een belangrijk fysiek expressiemiddel. In de disco, maar ook in de jungle van Afrika of op de droogvlakten van Australië uiten mensen hun emoties door te bewegen. Zelfs op eeuwenoude rotsschilderingen zien we al dansende mensen afgebeeld.
Oorspronkelijk had dans vooral een religieuze betekenis: dansen moesten de goden gunstig stemmen zodat akkers vruchtbaar werden en land kon worden veroverd. Maar geleidelijk wordt dansen ook gewoon iets sociaals, iets gezelligs en zelfs een doel op zich, een vorm van kunst.
Het volk had zijn volksdansen op het marktplein tijdens de kermis of op een bruiloft. Maar ook in de hogere kringen werd dansen op een gegeven moment erg populair. Het leren dansen behoorde in de vijftiende en zestiende eeuw zelfs tot je opvoeding, net als het leren schermen, paardrijden en filosoferen! Het woord ballet komt van het Franse ‘bal’ en het Italiaanse 'ballo' en ‘balletto’, het verkleinwoord daarvan. Op een bal (‘bal’) werd door de hovelingen en de mensen van adel naar hartelust gedanst volgens vaste patronen in vaststaande dansen (‘balletti’).
Exotische dieren
Ballet zoals we dat vandaag kennen en nog dagelijks op vele podia kunnen zien is tijdens de Renaissance ontstaan aan de Italiaanse hoven. De Renaissance draaide niet meer om God en het hiernamaals, maar om de mens, de klassieke kunst en het leven nu. Toen Catharina de Medici, een adellijke dame uit een belangrijk Italiaans vorstengeslacht, in 1553 trouwde met de Franse koning Hendrik II, nam ze een heel gezelschap van koks, kunstenaars en musici mee. Zodoende werd behalve de Italiaanse kookkunst ook de Italiaanse variant van het ballet geïntroduceerd aan het Franse hof.
En dat sloeg aan! Ballet werd een geliefd theaterspektakel. Deze eerste ‘balletuitvoeringen’ leken nog weinig op ballet zoals wij dat nu kennen. Het waren echte monsterproducties die de hele dag konden voortduren. De hovelingen konden zich vergapen aan exotische dieren, bont gekostumeerde figuranten en soms zelfs hordes soldaten die op kwamen marcheren. Er werd gezongen, poëzie gedeclameerd en gedanst, en vooral ook heel veel gegeten.
In de loop der tijd werd het aandeel van de dans steeds groter. De regeringsperiode van ‘zonnekoning’ Lodewijk XIV, halverwege de zeventiende eeuw, wordt gezien als de tijd waarin het ballet een zelfstandige kunstvorm werd. Lodewijk, die zelf ook graag optrad als balletdanser, nam de beste kunstenaars in dienst om de meest spectaculaire ‘hofballetten’ te maken en stichtte in 1661 de Koninklijke Academie voor Dans, de eerste officiële balletacademie. Voor het eerst werd nu vastgelegd uit welke passen ballet bestaat en hoe ze moet worden uitgevoerd. Vanaf dit moment kwam de ontwikkeling van ballet in een stroomversnelling: de techniek van de dansers werd steeds beter en de eerste sterdansers verschenen ten tonele.
Dansen volgens regels
Ballet is een artistieke vorm van dansen op basis van een bepaalde techniek, ook wel ‘academische danstechniek’ genoemd. Het is dus dans die van tevoren door een choreograaf, vaak in samenwerking met de dansers, is uitgedacht en die zich houdt aan een aantal regels. Die regels kun je het beste zien als een stel basishoudingen voor het lichaam. De belangrijkste basishouding in klassiek ballet is het vanuit de heupen buitenwaarts (‘en-dehors’) draaien van benen en voeten. Dit 'uitgedraaid zijn' gold in de tijd van Lodewijk XIV als buitengewoon sierlijk en kunstig. Je ziet het ook terug in de vijf basisposities voor de voeten, de eerste, tweede, derde, vierde en vijfde positie genoemd.
Met het negentiende-eeuwse romantische ballet doet de nu zo kenmerkende verticale lijnvoering van ballet haar intrede: omdat het ging om het uitbeelden van hogere menselijke idealen en gevoelens waren alle bewegingen gericht op het ‘aanraken van de hemel’, als een soort klassieke variant op 'The sky is the limit'. De dansers maakten grote, zwevende sprongen. De danseressen droegen spitzen – balletschoenen met een verharde voorkant, net zoals bij legerkistjes – zodat ze op hun tenen (‘en pointes’) konden dansen.
De klassieke ballethouding bestaat uit slanke, strakke en toch soepele lijnen. De schouders zijn omlaag, het bekken is gekanteld en het hoofd wordt rechtop gehouden, alsof het met een touwtje vastzit aan het plafond. Maar hoe vastgelegd ook, de technische basis van het klassieke ballet laat nog wel ruimte voor verschillende stijlen: zo heb je de Franse, Russische, Italiaanse en Engelse balletstijl. Ze verschillen in de manier waarop dansers worden opgeleid en de basisposities worden uitgevoerd. De een wat hoekiger en minder frivool dan de ander, om het maar even simpel te zeggen.
Wat evenmin vastligt, is de inhoud. Ballet kan overal over gaan. Soms is ‘het verhaal’ heel concreet, soms abstract. Maar het wordt altijd – en dat is het grote verschil met bijvoorbeeld toneel of musical – primair verteld met beweging, en niet met tekst of muziek. Muziek is wel een belangrijk onderdeel: vrijwel alle balletten worden namelijk op muziek gedanst.
Om de academische techniek vast te leggen is er een speciale taal ontwikkeld met een eigen schrift, een soort steno voor beweging. Dit schrift heet de Benesh-notatie. Elk groot balletgezelschap heeft wel iemand in dienst die volgens deze methode balletten vastlegt zodat ze ook zonder de choreograaf kunnen worden ingestudeerd. Een ander belangrijk hulpmiddel bij het archiveren en herinstuderen van stukken is tegenwoordig natuurlijk video.
De Russen
Vanaf ongeveer 1850 was de grote balletrage in West-Europa voorbij. Maar gelukkig namen de Russen het stokje over. Tsaar Peter de Grote was een groot liefhebber van alles wat westers was. Vooral de Franse manier van leven vond Peter 'très chique'. Hij ‘verfranste’ het Russische hofleven ingrijpend en zorgde dat ballet er een onlosmakelijk onderdeel van werd. In 1832 wordt het eerste romantische ballet gezet: La sylfide. Spitzen, luchtgeesten, hoge idealen en onbereikbare liefdes zijn voorlopig niet meer weg te denken uit de dans.
Rond 1890 bereikte het romantisch-klassieke ballet zijn hoogtepunt. Topchoreograaf was Marius Petipa. Deze Fransman in Rusland maakte avondvullende verhalende balletten, inmiddels wereldberoemd geworden 'balletsprookjes' als Doornroosje, Notenkraker en Het zwanenmeer. Dat deze balletten zo succesvol waren, heeft zeker ook te maken met de muziek die Peter Iljitsj Tsjaikovski er speciaal voor componeerde.
Ook de Russische kunstkenner Serge Diaghilev heeft het ballet nieuw leven ingeblazen. We zijn inmiddels beland in de vroege twintigste eeuw, een tijd die bruiste van de nieuwe, moderne ideeën. Diaghilev vestigde in Frankrijk een balletgezelschap, Les Ballets Russes, dat de dans in West-Europa opeens weer ‘hot’ maakte. De voorstellingen waren theatrale producties waar allerlei kunstenaars hun steentje aan bijdroegen: niet alleen dansers en choreografen, maar ook toen hippe componisten (Igor Stravinsky bijvoorbeeld) en beeldend kunstenaars (wat dacht je van decors en kostuums gemaakt door Pablo Picasso?). Diaghilev had een neus voor talent en wist veel bijzondere mensen aan zijn gezelschap te binden. Een danseres als Anna Pavlova is legendarisch geworden. Choreografen als George Balanchine, Michel Fokine en Vaslav Nijinski zijn later zonder uitzondering van groot belang voor de dans gebleken.
Nieuw
Aangemoedigd door het succes van Les Ballets Russes rezen balletgezelschappen als paddestoelen de grond uit. Vele vroegere medewerkers van Diaghilev lieten bij nieuwe gezelschappen hun artistieke sporen na. Wereldberoemd werd het New York City Ballet, opgericht door Balanchine. Parallel aan al deze vernieuwingen in het ballet ontstond er begin twintigste eeuw ook een hele nieuwe manier van dansen. De initiatiefnemers waren dansers en choreografen, vooral vrouwen, die vonden dat dans veel meer pure, menselijke emoties moest uitdrukken: verdriet, extase, opgewektheid, agressie. Gewoon, recht uit hart, niet meer en niet minder. De ‘grand old lady’ van deze ‘moderne dans’ is Martha Graham; zij ontwikkelde zelfs een techniek om emoties zo goed mogelijk in de dans te verbeelden. Moderne dans en spitzen, die gaan moeilijk samen. Er zijn zoveel stijlen als er makers zijn, maar over het algemeen kun je stellen dat in moderne dans de beweging vooral aards en horizontaal gericht is, en niet verticaal zoals in ballet.
De opkomst van de moderne dans heeft het ballet niet verdrongen. Tegenwoordig neemt ballet in het culturele leven vrijwel over de hele (westers georiënteerde) wereld een belangrijke plaats in. In Frankrijk, Rusland, Nederland of Japan: overal worden de romantische klassiekers nog gedanst. Tegelijkertijd blijft ballet zich vernieuwen. Het is een beetje als met taal: ook daar komen nieuwe woorden bij en wordt de manier van spreken in de loop der tijd anders. De voorlopig laatste grote balletvernieuwer heet William Forsythe: hij werkt vanuit Frankfurt en ook Het Nationale Ballet danst stukken van hem.
Ook Nederland telt mee in de wereld van het moderne ballet. Choreografen als Rudi van Dantzig, Jirí Kylián, Hans van Manen en Toer van Schayk – allemaal namen die gekoppeld zijn aan Het Nationale Ballet of het Nederlands Dans Theater – worden gerekend tot de absolute top. Hun choreografieën staan op het repertoire van talloze internationale balletgezelschappen.
Wie doet wat?
De dansers van een klassiek balletgezelschap zijn volgens een bepaalde hiërarchie ingedeeld. Hoe beter en meer ervaren je bent, hoe hoger je rang en hoe meer kans je maakt op (half)solistische rollen. De ensemblerollen – dat zijn de variaties waarvoor veel dansers nodig zijn – worden gedanst door het ‘corps de ballet’. De meeste dansers van Het Nationale Ballet maken deel uit van deze groep.
Een ballet kan worden gedanst door één of meer personen. Een choreografie voor één danser of danseres noemen we een solo; een ballet voor twee heet een ‘pas de deux’. Aan grotere werken zoals Het zwanenmeer of Doornroosje doet vaak bijna het hele balletgezelschap mee.
De choreograaf is de bedenker van een ballet en studeert alle passen en combinaties samen met de dansers en danseressen in. Elke choreograaf heeft een eigen signatuur, dat wil zeggen een eigen stijl. Hij of zij zoekt ook de muziek uit en vertelt de decor-, licht- en kostuumontwerper hoe het ballet er ongeveer (of precies) uit moet komen te zien.
Topsport
Professioneel balletdanser word je niet zomaar. Daaraan gaat een jarenlange training vooraf. Een hele intensieve training, met een bijna Spartaanse discipline. Het duurt namelijk een hele tijd voordat je de veeleisende academische danstechniek onder de knie hebt en de stijl van klassiek ballet echt in je lijf ‘geslepen’ zit.
Een balletopleiding begint voor veel dansers in spe al op achtjarige leeftijd en duurt gemiddeld tien jaar. De toelatingseisen voor een academie zijn erg hoog: je lichaam moet op een bepaalde manier zijn gebouwd (anders kun je de basisposities niet eens uitvoeren) en je moet een goed muzikaal gevoel hebben. Bovendien zijn doorzettingsvermogen en talent onontbeerlijk.
Maar wie denkt dat een danser na school klaar is, heeft het goed mis. Ook in een gezelschap moeten de opgedane souplesse, conditie en techniek dagelijks worden onderhouden; elke danser begint ’s ochtends met ‘de les’, waarin alle basishoudingen worden doorgenomen. Een soort oliën en smeren voor de rest van de dag. Daarna beginnen de repetities voor een choreografie. Die duren tot ongeveer vier uur 's middags. 's Avonds is er vaak een voorstelling. Een danser werkt hard, doorgaans zes dagen per week of meer. Wil je echt hogerop komen, dan wordt die volledige toewijding gezien als de normaalste zaak van de wereld.
Je kunt je voorstellen dat het instrument van een danser, het lichaam, snel slijt. Een gemiddelde danser gaat met 38 jaar ‘met pensioen’ en begint dan vaak een tweede carrière. Enkele uitzonderingen daargelaten: het Nederlands Dans Theater in Den Haag heeft een club dansers van veertig (en zelfs zestig) plus!
Ballet is kunst, maar ook topsport, dat mag duidelijk zijn. Net als in de sport wordt er tegenwoordig ook steeds meer onderzoek gedaan naar hoe dansers hun fysieke prestaties kunnen verbeteren en tegelijkertijd de kans op blessures kunnen verminderen. Die kennis van het lichaam wordt steeds belangrijker omdat balletdansers tegenwoordig dikwijls van alle markten thuis moeten zijn: het ene moment dansen ze een superklassiek stuk, het volgende moment een modern ballet met bewegingen die absoluut niet standaard zijn, en die combinatie trekt een zware wissel op je lijf.
Een groot gezelschap als Het Nationale Ballet heeft een eigen sociale en medische dienst. Ook het management en de choreograaf hebben – maar dat is voor velen nog een punt van discussie – een zekere verantwoordelijk voor de gezondheid en het welzijn van dansers: een lichaam kan veel, maar niet alles, en daar moet je als baas rekening mee houden.
Het Nationale Ballet
Het Muziektheater in Amsterdam is wat je noemt een bewonerstheater. De Nederlandse Opera ‘woont’ er, maar ook Het Nationale Ballet traint, repeteert en danst er. Het is met tachtig dansers het grootste balletgezelschap van Nederland. Ook is het in ons land de enige groep die het klassiek-romantische spitzenrepertoire beheerst.
Per theaterseizoen verzorgt Het Nationale Ballet zo'n 120 voorstellingen, verdeeld over ongeveer acht verschillende producties. Het leeuwendeel van de voorstellingen vindt plaats in Het Muziektheater. Daarnaast treedt het gezelschap op in grote theaters in het land, en soms ook in het buitenland.
De meeste voorstellingen worden muzikaal begeleid door het Nederlands Balletorkest , een orkest speciaal in het leven geroepen voor dans.
Bij Het Nationale Ballet worden klassieke balletten afgewisseld met nieuw, eigentijds werk. Het repertoire vormt een dwarsdoorsnede uit de balletgeschiedenis en deze diversiteit maakt het gezelschap uniek. Er worden jaarlijks minstens twee grote romantische klassiekers uitgevoerd. Deze sprookjesballetten zijn erg geliefd bij het publiek en ook van essentieel belang voor het gezelschap om de veeleisende academische danstechniek op peil te houden. Naast deze avondvullende stukken zijn er ook programma's die uit meerdere choreografieën bestaan. In deze ‘triple bills’ of ‘double bills’ kun je die fameuze George Balanchine en Martha Graham tegenkomen, maar ook Holland’s ‘Grote Drie' (Rudi van Dantzig, Hans van Manen, Toer van Schayk) of jongere talenten als Krzysztof Pastor en David Dawson.
Een echt bedrijf
Een balletgezelschap is een echt bedrijf. Naast de choreograaf, de dansers en de technici die ervoor zorgen dat de voorstelling daadwerkelijk op de planken te zien is, werken er achter de schermen (‘backstage’) nog veel meer mensen.
De directie van een grote groep als Het Nationale Ballet – in totaal zijn daar meer dan 125 mensen in dienst – bestaat uit twee personen: een artistiek leider (verantwoordelijk voor artistieke zaken zoals het aanstellen van nieuwe dansers en de repertoirekeuze) en een zakelijk leider (verantwoordelijk voor zakelijke zaken zoals de besteding van het geld en het verloop van het productieproces). Daarnaast is er personeel dat zich bezighoudt met de planning van alle repetities en voorstellingen, met de boekhouding en natuurlijk met de publiciteit. Het Muziektheater heeft eigen kostuum- en decorateliers. Daar worden al die mooie sprookjesbossen en tutu’s gemaakt en vermaakt.
Tekst: Sander Hiskemuller
Eindredactie: Mirjam van der Linden